BandenmeterAPK-cijfers en rekenhulp voor je banden

Blog · Winterbanden

Winterbanden wanneer wisselen? De KNMI-cijfers per regio

De eerste koude dag viel de afgelopen tien winters tussen 9 oktober en 28 november, de laatste tussen half maart en half mei. Tien winters KNMI-daggegevens van vijf stations op een rij.

Een man in een blauwe parka zet met een momentsleutel de achterband vast van een grijze hatchback op een natte oprit, met een stapel banden ernaast in ochtendmist

Op 9 oktober 2016 viel in Eelde voor het eerst dat najaar het etmaalgemiddelde onder 7 graden. In Vlissingen duurde dat in het najaar van 2020 nog tot 28 november. Zeven weken verschil, in hetzelfde land, in opeenvolgende winters. Op de vraag winterbanden wanneer wisselen bestaat dus geen datum die overal klopt.

Aan de andere kant van het seizoen loopt het nog verder uit elkaar: de laatste losse koude dag van een winter viel de afgelopen tien jaar op zijn vroegst op 18 maart en op zijn laatst op 14 mei. Een landelijke wisseldatum bestaat niet, hoe vaak de kalender die ook suggereert.

Dit artikel rekent dat uit met eigen cijfers: tien winters aan KNMI-daggegevens van vijf stations verspreid over Nederland, van De Kooy tot Maastricht. Geen verwachtingen voor dit najaar, maar wat er de afgelopen tien winters echt gebeurde.

Waar komt die 7 graden vandaan, en wie zegt dat?

De 7 graden is de vuistregel uit de bandenbranche: daaronder blijft het rubber van een winterband soepel, terwijl zomerbandrubber harder wordt en grip verliest. De ANWB zette de grens in februari 2024 zo op X: "Zomerbanden bieden bij 7 graden Celsius en hoger meer grip dan winterbanden." De Duitse automobielclub ADAC combineert de grens in de lente met een doorlooptijd: wisselen van winter- op zomerband pas als de temperatuur "anhaltend" boven de zeven graden blijft en er 's nachts geen vorst meer valt (persbericht ADAC Nordrhein, 13 maart 2023). Precies zo'n aanhoudende periode meten wij hieronder zelf, in plaats van losse dagen. Op de adviespagina's houdt de ANWB het ondertussen vager: wisselen als er kans is op vorst of sneeuw, met het klokverzetten als ezelsbruggetje (gelezen 28 oktober 2026). De regel is dus zelfs binnen de branche niet strak.

Affiche van de ANWB bij een autoband op asfalt met de tekst: gaat de zomertijd in, dan verwissel je de winterbanden
Hetzelfde ezelsbruggetje uit de eigen adviespagina's, als antwoord van de ANWB op de wisselvraag op X, 24 februari 2024. De 7 graden uit dezelfde boodschap staat er net niet in: de vuistregel van de branche en de kalenderregel van de clubs lopen naast elkaar door.

Wat ook vaststaat: verplicht is er niks. De Rijksoverheid schrijft: "U bent in Nederland niet verplicht om winterbanden te gebruiken. Bij winterse omstandigheden is het wel verstandig om voor winterbanden te kiezen." (gelezen 28 oktober 2026). We rekenen in dit artikel wel met de 7 graden, omdat het de enige grens is die de branche zelf noemt, maar we noemen hem hiermee wat hij is: een vuistregel.

Zo hebben we het gemeten: vijf stations, tien winters, vier maten

De opzet van de meting
BronKNMI-dag- en uurgegevens-API, opgehaald op 29 oktober 2026
Winters2016/17 tot en met 2025/26, van 1 juli tot en met 30 juni (winter 2016 = 2016/17)
StationsDe Kooy (235), De Bilt (260), Eelde (280), Vlissingen (310), Maastricht (380)
Maat 1eerste en laatste dag met een etmaalgemiddelde onder 7,0 °C
Maat 2eerste en laatste periode van 5 dagen achter elkaar onder 7,0 °C
Maat 3sneeuwdagen: dagen waarop het KNMI op het station sneeuw waarnam, tenminste één uur met sneeuw in de uurreeks
Maat 4ijsdagen: dagen met een etmaalmaximum onder 0 °C (de KNMI-ijsdag: het vriest de hele dag)
Niet meegerekendsneeuwdiepte: de variabele SX zit niet in het aanbod van de daggegevens-API (per station geprobeerd op 28-10-2026, API-fout); deze telling meet dus geen sneeuwdek

Maat 2 is onze eigen keuze, geen norm uit de branche. De branche zegt "onder 7 graden" zonder doorlooptijd; wij kiezen vijf dagen omdat je niet omwille van één koude nacht wisselt. Anderen rekenen met drie of zeven dagen, en dat verschuift de uitkomsten enkele dagen op of af.

Wanneer de eerste echte koudeperiode begon, per winter. De balk loopt van het vroegste tot het laatste station: in 2016/17 startte Eelde op 5 november en Vlissingen pas op 19 december, in 2018/19 vielen alle vijf stations binnen twee dagen (15 en 16 november). Eigen berekening op KNMI-daggegevens, opgehaald 29 oktober 2026.

Half november is het gemiddeld zo ver, maar de regio maakt dagen uit

Gemiddeld over de winters 2016/17 tot en met 2025/26
StationEerste koude dagEerste periode van 5 koude dagenLaatste koude dagLaatste periode van 5 koude dagen
De Kooy10 nov23 nov16 apr19 mrt
De Bilt4 nov19 nov17 apr31 mrt
Eelde28 okt17 nov25 apr12 apr
Vlissingen16 nov30 nov7 apr4 mrt
Maastricht31 okt16 nov17 apr25 mrt

Het beeld is consequent: Eelde en Maastricht hebben het langste koude seizoen, Vlissingen veruit het kortste. Gemiddeld start de robuuste koudeperiode in het noord-oosten en het zuiden rond 16 en 17 november, aan de Zeeuwse kust pas rond 30 november. En aan de achterkant loopt hetzelfde verschil door: in Eelde eindigt de laatste vijf-daagseperiode gemiddeld pas op 12 april, in Vlissingen op 4 maart.

Wissel je bij het klokverzet naar wintertijd, dan ligt dat in het binnenland gemiddeld drie tot vier weken vóór de eerste periode van vijf dagen onder 7 graden, en in Vlissingen vijf weken; die periode begon de laatste tien winters tussen 5 november en 19 december. Dat is een afstand tot deze temperatuurmaat, geen bewezen veilig of onveilig wisselmoment. Aan de achterkant klopt de klok op de kust: de laatste koude dag viel daar gemiddeld negen dagen na het klokverzet naar zomertijd, in het binnenland achttien tot negentien dagen en in Eelde zevenentwintig.

Wanneer mag je weer terug naar zomerbanden?

De laatste losse koude dag viel de afgelopen tien winters vrijwel nergens vóór half maart, en in het binnenland en het noorden vaak pas eind april of in mei. Over de tien winters heen ziet dat er zo uit:

Laatste dag met een etmaalgemiddelde onder 7 °C, per winter
WinterDe KooyDe BiltEeldeVlissingenMaastricht
2016/1727 apr27 apr29 apr19 apr28 apr
2017/185 apr5 apr5 apr5 apr5 apr
2018/1914 apr6 mei7 mei14 apr6 mei
2019/2014 apr14 apr14 mei1 apr14 apr
2020/216 mei7 mei7 mei15 apr2 mei
2021/2210 apr10 apr11 apr8 apr10 apr
2022/2326 apr26 apr27 apr4 apr26 apr
2023/2425 apr25 apr25 apr24 apr25 apr
2024/2527 mrt19 mrt8 apr18 mrt18 mrt
2025/262 apr30 mrt20 apr26 mrt2 apr

In Eelde viel de laatste koude dag in zes van de tien winters na 24 april, met als uitschieter 14 mei 2020, bijna zeven weken na het klokverzet naar zomertijd. Terwijl Maastricht in de winter van 2024/25 al op 18 maart klaar was. Het ezelsbruggetje "bij het verzetten van de klok wissel je ook de banden" klopt aan de voorjaarskant dus alleen op de kust; in het binnenland loop je er gemiddeld twee tot vier weken koude dagen mee in, en in uitschieterwinters nog verder.

Eén nuance bij dat aprilbeeld: losse koude dagen blijven tot eind april opduiken, maar de laatste periode van vijf koude dagen achter elkaar eindigde in Vlissingen in de winter van 2023/24 al op 21 januari. Wie wisselt op een echte koudeperiode in plaats van op een losse dag, houdt de tussentijdse warme weken over; of die dag er echt aankomt, lees je in de actuele verwachting, niet in deze tabel.

Vlissingen4 mrt
De Kooy19 mrt
Maastricht25 mrt
De Bilt31 mrt
Eelde12 apr
Gemiddeld einde van de laatste periode van vijf koude dagen, per station, over de winters 2016/17 tot en met 2025/26. Eigen berekening op KNMI-daggegevens.

Kun je met zomerbanden de winter door?

Tien winters, vijf stations: geen enkele van die vijftig winters was sneeuwvrij. Ook niet in Vlissingen, het mildste punt van de reeks. Daar viel in de winter van 2019/20 precies één sneeuwdag, en een jaar later meteen zestien. Telkens als het in Nederland wit wordt, duikt de waarschuwing op dat je met zomerbanden een probleem hebt. Hoe vaak dat probleem zich echt voordoet, staat in dezelfde KNMI-reeks die we voor het wisselmoment gebruikten.

Een sneeuwdag is hier een dag waarop het KNMI op dat station sneeuw waarnam, in de uurreeks dus minstens één waarneming met sneeuw. Een ijsdag is de KNMI-term voor een dag waarop het de hele dag vroor: het etmaalmaximum bleef onder nul. Dat is iets anders dan ijzel, regen die op de weg bevriest; ijzel staat niet in deze telling. Sneeuwdiepte telt ook niet mee, die variabele biedt de API niet aan; deze cijfers zeggen dus hoe vaak, niet hoe hoog.

Sneeuw- en ijsdagen per station, gemiddeld over de winters 2016/17 tot en met 2025/26
StationSneeuwdagen gem.IJsdagen gem.Sneeuw of ijsdag, gem.Sneeuwrijkste winter
De Kooy10,82,011,72017/18, 19 dagen
De Bilt12,82,313,62017/18, 23 dagen
Eelde18,63,921,12020/21, 28 dagen
Vlissingen9,31,310,12020/21, 16 dagen
Maastricht14,93,616,92017/18, 27 dagen

Zo'n gemiddelde zegt nog weinig zonder de rest van de telling. Samen stonden er op de vijf stations 4.616 dagen met een etmaalgemiddelde onder 7 graden, en in dezelfde winters 664 sneeuwdagen. Dat is ongeveer één sneeuwdag op elke zeven koude dagen: in Eelde één op de zes, in Vlissingen iets minder dan één op de acht. Zomerbanden in de winter betekent dus meestal rijden op nat of koud asfalt, niet in de sneeuw. De vraag is wat je doet op die dagen dat het wel sneeuwt of de hele dag vriest.

Wintercheck per regio

De telling komt uit de KNMI-dag- en uurgegevens van de vijf stations, opgehaald op 29 oktober 2026. Ze dekt tien winters, geen verwachting; sneeuwdiepte zit er niet in.

Die ene dag uit de zeven zit bovendien niet netjes aan het begin van de winter. Van alle sneeuwdagen in de reeks viel bijna vier op de tien ná 1 maart; per station ligt dat tussen de 36 en 40 procent. En de winter van 2020/21 hield in Eelde pas op 6 mei 2021 op met sneeuwen. Wie in april terugwisselt op zonneschijn alleen, kan die dagen nog tegenkomen.

Op de meeste koude dagen kom je met zomerbanden de winter wel door, want meestal sneeuwt het niet. Alleen zegt dat gemiddelde niets over de ochtend dat het wel wit is. Een zomerband wordt onder de 7 graden harder en houdt op sneeuw en ijs veel minder grip, en daar is de vuistregel van 7 graden op gebaseerd. Rijd je de grens over, dan eist Duitsland bij ijzel of sneeuwgladheid winterbanden met het alpine-symbool op alle wielen; de check daarvoor staat bij winterbanden Duitsland.

Eén beperking hoort bij deze telling: een sneeuwdag telt dat het sneeuwde, niet hoeveel. Een paar minuten dunne sneeuw telt in onze kolommen even zwaar als een dag dekking. De verdeling over het seizoen is bovendien grillig, zoals de winter met één sneeuwdag en de winter met zestien bij hetzelfde station laat zien. De telling zegt hoe vaak sneeuw in jouw regio langskwam, niet in welke week van het volgende seizoen.

Kies hierboven jouw regio en houd het getal vast: dat is wat er de laatste tien winters aan sneeuw- en ijsdagen op jouw station voorkwam. Voorspelt de weerverwachting vorst of sneeuw, dan wissel je vóór die dag; de telling zegt alleen hoe vaak dat moment in jouw regio hoort te komen.

Een etmaalgemiddelde zegt niets om 7 uur 's ochtends

Onze eigen maat heeft ook grenzen. Een etmaalgemiddelde onder 7 graden zegt niets over de ochtend: een dag met een gemiddelde van 9 graden kan 's nachts vorst geven, en dan is het loopvlak koud terwijl onze telling die dag niet meetelt. Omgekeerd is de 7 graden ooit opgesteld voor het gemiddelde bandenpark, niet voor jouw specifieke band: moderne zomer- en all season banden liggen anders in de rubbersamenstelling, en zelfs de ADAC noemt de klassieke "van oktober tot Pasen"-formule zelf maar een grove oriëntatie. We tellen daarom dagen onder 7 graden, geen "dagen dat je winterbanden nodig hebt", en de vijf-daagsenregel is een eigen keuze die je zelf hoger of lager mag leggen.

Verder is dit een telling van tien winters in één tijdvak, geen klimaatuitspraak: de jaren onderling verschillen flink, en een volgende winter mag er van ons één bij met een eigen streep. Wat de keurmeester tijdens de APK banden wél afkeurt aan je banden, staat los van deze weerkunde.

Eerst de profieldiepte, dan de kalender

Een wisselmoment is een goed moment om meteen de rest mee te pakken. Meet de profieldiepte banden van de set die eraf gaat en van de set die eraan gaat: onder 1,6 mm keurt de APK af, en voor winterbanden is 4 mm het punt waarop de branche vervangen adviseert. Check ook de bandenspanning, want in de kou daalt de druk en na het wisselen is bijpompen bijna altijd nodig.

Rijd je de grens over, dan telt een ander ding: het symbool op je band. Wat Duitsland en Oostenrijk eisen en hoe je dat met je DOT-code checkt, staat bij de check voor winterbanden Duitsland.

De wisselcheck in vier punten
  • Profiel. Onder 1,6 mm keurt de APK af; voor winter- en all season banden adviseert de branche vervangen bij 4 mm.
  • Spanning. Pompen koud op, op de druk van de sticker in de deur of het tankklepje van jouw auto; kou kost grofweg 0,1 bar per 10 graden.
  • Leeftijd. Rubber verhardt; de DOT-code op de wang vertelt de productieweek, en onze eigen grens voor winter- en all season banden is 10 jaar.
  • Draaimoment. Zet de wielen vast met een momentsleutel op de waarde die jouw auto voorschrijft en controleer de wielmoeren na een paar tientallen kilometers.

De handeling zelf is simpel: zet begin november een herinnering en check dan de weerverwachting voor jouw omgeving. Voorspelt die vorst of sneeuw, dan wissel je, want die verwachting gaat vóór alles wat hier staat. Onze telling is het klimatologische gemiddelde waarmee je inschat wanneer het wisselen in jouw regio normaal valt, geen beslisregel voor de komende week; het etmaalgemiddelde van vorige winters kan een verwachting nooit vervangen.

Wat de winter van 2026/27 laat zien

De meteorologische winter begint op 1 december, maar de beslissing valt eerder. Of dit een late winter wordt zoals 2020/21, toen de eerste koudeperiode van vijf dagen bij vier van de vijf stations pas op 2 december begon (in Maastricht op 27 november), of een vroege zoals 2016, toen Eelde op 5 november startte, zie je pas als de winter er is; de novembertabellen van De Bilt en Eelde geven daarvan alleen de eerste helft. Blijft november mild, dan schuift heel Nederland richting het Vlissingse eind van de balk.

Bronnen