BandenmeterAPK-cijfers en rekenhulp voor je banden

APK en banden · Bandenspanning

Bandenspanning: 2,3 bar in de garage is 2,07 bar bij vorst

Lucht krimpt als het kouder wordt. Pomp je je banden op in een garage van 20 graden, dan zakt de spanning buiten bij 0 graden met ruim 0,2 bar. Deze rekenhulp zegt wat je nu moet oppompen, zodat de band straks op de juiste bandenspanning staat.

Naar de rekenhulp

Een hand in een werkhandschoen houdt een bandenspanningsmeter met wijzerplaat op het ventiel van een berijpte autoband

Waarom zakt de spanning als het vriest?

Een band is een afgesloten zak lucht met een bijna vast volume. Dan hangt de druk direct aan de temperatuur. Belangrijk: dat geldt voor de absolute druk. Je meter toont alleen het deel boven de gewone luchtdruk van ongeveer 1 bar. Daarom rekent de rekenhulp eerst 1,013 bar erbij, dan pas de temperatuur, en daarna weer terug.

Bij een band van 2,3 bar komt dat uit op ongeveer 0,11 bar per 10 graden. Dat is geen lek. Het komt terug zodra het weer warmer wordt.

Het is wel een benadering. De band rekt een heel klein beetje mee, en zon op één kant van de auto warmt die banden extra op. Voor het verschil tussen een warme garage en een koude oprit klopt de rekensom goed genoeg.

  1. 20 °C2,30 bar
  2. 10 °C2,19 bar
  3. 0 °C2,07 bar
  4. -10 °C1,96 bar
Dezelfde band, opgepompt tot 2,3 bar bij 20 °C, bij lagere temperaturen. Berekend met de rekenhulp hieronder (absolute druk evenredig met absolute temperatuur).

Hoeveel moet je nu oppompen?

Vul de spanning van de sticker in, per as, de temperatuur waar je nu pompt en de temperatuur waarin je straks rijdt. Dat werkt voor banden die koud zijn: de auto heeft een paar uur stilgestaan. Heb je al gemeten, vul dan per wiel in wat de meter zegt.

Rekenhulp bandenspanning

Staat er op de sticker één waarde voor alle banden, vul dan twee keer hetzelfde in. Leeg laten mag ook.

Gemeten per wiel, in bar (mag leeg)

Meter met de spanning die je nu moet oppompen

2,49 bar

Waar de APK de juiste spanning vandaan haalt, in deze volgorde
1De bandenspanningstabel in of op het voertuig, voor de gemonteerde bandenmaat
2Staat jouw maat er niet op: de spanning van de maat die er het meest op lijkt
3Tabel weg of onleesbaar: gegevens van de banden- of voertuigfabrikant
4Geen gegevens van de banden- of voertuigfabrikant: dan houdt de keurmeester de hoogste bandenspanning aan als referentiewaarde, zo staat het in het handboek
Samengevat uit het APK-handboek personenauto's van de RDW, onderdeel ophanging, banden. Gelezen op 27 oktober 2026.

De juiste bandenspanning staat in de deurstijl

De goede waarde staat meestal op een sticker in de deurstijl aan de bestuurderskant of in de tankklep. Vaak staan er twee kolommen: normaal beladen en vol beladen. Ga je met vier personen en bagage op vakantie, dan pak je de tweede.

De keurmeester gebruikt dezelfde tabel. Is de spanning die de fabrikant opgeeft hoger dan wat de band zelf aankan, dan houdt hij de maximale spanning van de band aan. Die staat op de zijkant van de band.

Een getal van internet of van een andere auto met dezelfde bandenmaat is geen vervanging. Het gewicht van jouw auto bepaalt de spanning, niet alleen de band.

Na een rit meet je te hoog

Rijden warmt de banden op, dus de spanning loopt op. Laat daarna nooit lucht weglopen om op de stickerwaarde uit te komen. Als de band afkoelt, zit je dan te laag.

Meet daarom voordat je gaat rijden, of nadat de auto een paar uur heeft stilgestaan. Moet je onderweg met warme banden pompen, ga dan niet onder de stickerwaarde zitten en meet later koud opnieuw.

Heeft je auto een bandenspanningslampje, dan let de APK daar ook op. Bij personenauto's die na 31 december 2017 in gebruik zijn genomen mag dat systeem geen defect aangeven; bij oudere auto's wordt een defect een reparatieadvies. Wat je doet als het bandenspanning lampje brandt, lees je op een eigen pagina. Wat de keurmeester verder controleert zie je op de pagina over APK banden.

Voorbeeld van bovenaf gezien. Vooras: 0,1 bar verschil, binnen de grens. Achteras: 0,4 bar, meer dan de 0,3 bar die het APK-handboek toestaat.

Bandenspanning controleren in drie stappen

  1. Koud meten

    Meet voor de eerste rit van de dag. Draai de dopjes los en druk de meter recht op het ventiel tot het sissen stopt.

  2. Vergelijk met de sticker

    Kijk naar de kolom die past bij hoe zwaar je rijdt. Reken met de rekenhulp bij als je binnen pompt en buiten rijdt.

  3. Links en rechts gelijk

    Zit er meer dan 0,3 bar tussen twee wielen op dezelfde as, breng ze dan gelijk. Zakt één band steeds weer, laat hem dan nakijken.

Vragen over bandenspanning

Hoe vaak moet ik de bandenspanning controleren?

De RDW raadt aan om minstens elke twee maanden te meten. De meeste banden lopen heel langzaam leeg, dus wachten tot de volgende APK is te lang.

Moet ik in de winter harder oppompen?

Pomp je binnen bij 15 of 20 graden en rijd je bij vorst, dan wel. Vul beide temperaturen in de rekenhulp in en je ziet hoeveel. De stickerwaarde zelf verandert niet.

Is een iets hogere bandenspanning erg?

Een paar tienden boven de stickerwaarde is voor de APK geen probleem: het handboek kijkt naar de minimale spanning. Ga niet boven de maximale spanning die op de zijkant van je band staat.

Hoeveel verschil mag er tussen links en rechts zitten?

Volgens het APK-handboek maximaal 0,3 bar op één as. In het afgelopen jaar noteerde de keurmeester bij 0,65% van de APK's dat de spanning op één as niet gelijk was.

Van 20 graden naar vorst scheelt ruim 0,2 bar. Vul je eigen temperaturen in.

Terug naar de rekenhulp